donderdag 27 juni 2013

BONGELWUPPEN



Het is weer bijna bongelnacht
dan wringt men zich vol wrongelkracht
pijlsnel de paal in ’t plompenat
om één-twee-hup te wuppen

men wrikt en wrukt en wroet omhoog
de knieën kniezebietend knooks
de schenkels schuivend langs het loog
de dijen danig scrubbend

het is de kunst om kop en kont
ver boven ’t veld naar ’t hemelfront
te trekken tot de stok terstond
rechtstandig boven ’t water

zodra de pielemans de paal
voelt hellen naar horizontaal
bongelt hij bodemwaarts nogmaals
toortsig trekwerk voor later

dan voert de nok een nanokoers
waar wrongelkracht gewupt platvloers
gebungeedumpt wordt op z’n boers
met neuze in den vlaaie

wanneer dit werk’lijk waar een feit
wint men de bongelwuppenstrijd
want landen in een wei vol schijt
- het grazend dier den aars ten spijt -
regeert het pootje-baaien.

© JELOU

woensdag 26 juni 2013

STUGGE ROOMSEN STERVEN OOK



Mijn buurman lijdt aan staar
ik zie het aan de kurklaag
om zijn gesteven kaken

er vallen barsten in zijn schoot
hij vangt te weinig licht

zijn Roomse tong beslagen
wauwelt hij ouwelwoorden
vanuit zijn doorzonbed

het Sacrament der Heiligen
preekt hij naar schaduwzijden
waar buiten coniferen hoog
misdienaren gelijk

een dove stilte kerft mijn muur
ik mis een ademnoot

de televisie blijkt verstomd
tweestemmige castraten
ontbreken mijn decor

mijn buurman is gegaan
ik zie het aan het dekzeil
dat wappert boven wielen
mijn buurvrouw is verlost

ik gun haar vrijheid in contact
en mij een kapvergunning.

© JELOU

donderdag 20 juni 2013

WIE GAKT.....




Ik gak
het is echt waar
de dagen vol met dat
wat ganzen naast het huis
per definitie doen
als ik aan hen voorbij

het klinkt bizar maar zij
weten zo onderhand
dat ik het land heb aan
hetgeen wat om mij heen
of het een mens, een dier
een diepvries in de schuur
of dat ik gans alleen

ik prijs de kat gemeend
de hemel in omdat
hij gore brokken at
na preken over buikjes
die elders vol oedeem
en dat mijn hielen likken
geen zoden aan de dijk

en wijl ‘k naar buiten kijk
gak ik werkelijk waar
een pimpelmees aan ’t werk
die uit mijn ruitenrag
gebekt insecten pikt
het spinnenvolk inslikt
voordat mijn doodslag daar

de wasmachien is waar
omdat het zweetgoed schoon
ik zing het Smurfenlied
na een intens gesprek
al slaat het kant noch wal
onder de douche beval
ik van een rijmsyndroom

ik dicht
gestoord als wat
een gat in tijd en sfeer
met zinnen impulsief
als lijkt de dag geslaagd
en zeer communicatief.

© JELOU

zondag 16 juni 2013

SOKOPHOUDERS



Mijn vader droeg ze nog
de jarretels voor mannen

opdat het witte kuitvlees
nimmer een aanstoot zou
wanneer een sok losbandig
neerwaarts en bloot het been

de elastieken banden
- of ouderwets van leer -
bevestigd onder knieën
met daaraan kuitbeenlengend
bretels waar erotiek
bijkans een lasterwoord

de fabricagetrend
der breikous slecht nauwsluitend
noodzaakte menig man
die degelijk te berde
tot het hanteren van
de kuitbeenkuisheidsbanden

van erogene zones
had men toen nog geen weet.

© JELOU

donderdag 13 juni 2013

GEZELLIG OP VAKANTIE



moeder vloekt om wat ze kwijt
het bestek moet aangevuld
de waterzakken lekken zeefs
het vlees moet alvast ingeblikt
net als de margarine

van tentstokken nog steeds geen spoor
slaapzakken zijn uitgeleend
waar moeten de parkieten heen
zijn de paspoorten al verlengd
is er wel aspirine

past Joop zijn korte broeken wel
waar ligt de muggenbalsem
de luchtbedpomp moet nog gecheckt
het tentdoek weer geïmpregneerd
de jerrycan benzine

de APK is weer te laat
wie verschoont de hamsterkooi
Jan-Jaap heeft nog een musical
het drie-pits-gasstel is verroest
er mist een soepterrine

klamboes zijn allang vergaan
de Tom-tom is uitgeluld
het huis moet grondig uitgeboend
vakantietijd komt er weer aan
dat vraagt om discipline

© JELOU







maandag 10 juni 2013

SPASMEDICHTERS



laten sporen na

onderwaterbubbels
springtouwverbuigingen
kletskoekkruimels
torenklokgekukel
molenwiekspatters
lijmsnuifalinea’s
flatscreenspeeksel
onderbuikwoekeringen
splijtgarenmaagzuur


en soms
heel soms
aderlatingskrampen

zolang het maar
literair
geëjaculeerd klinkt

© JELOU

zondag 9 juni 2013

ALS IK DE TIJD KON HUWEN


als ik de tijd kon huwen
plaveide ik er paden veel
ploegde ik er akkers vol
zaaide ik er lief de lach
en kuste ik de luchten vol
met gouden anemonen

de dagen zouden eeuwig zijn
de nachten niet te dromen
de ruimte zou mijn kamer zijn
waar winden samenkomen
het noorden zou het zuiden met
het westen kunnen delen
het oosten zou de dageraad
al bij het spel verspelen

de paden zouden lanen zijn
begroeid met rode blossen
de akkers zou ik bloeien zien
met lippen vol de trossen
de korenaren van de tijd
zou ik zachtzoet vermalen
het liefdesmeel werd mij tot brood
het hart zou zich betalen

als ik de tijd kon huwen
asemde ik de uren leeg
plukte ik er armen vol
straalde ik er zacht en stil
en kuste ik de luchten vol
met gouden anemonen

© JELOU

donderdag 6 juni 2013

NIEUWE OORTJES



ik plug in op mijn hoofd

rubberen robbies
zuigen zich vacuüm
in mijn ontvangstkanalen

even waan ik mij doof

ik hoor niets meer
roep ik doorheen mijn schedeldak
en mijn omgeving lacht

ik miste de volumeknop

dan barst het los
de decibellen knallen
oorsmeer van de wanden

mijn trommelvlies ontwaakt

hamer en aambeeld
freaken zich een ritme
waar geen hartpil tegenop

sodemieter nog aan toe

spontaan kraai ik de ruimte
mijn strottenhoofd stemt vals
het bier weigert te schuimen

maar ik drink goddank sherry

© JELOU

dinsdag 4 juni 2013

HOE HET WOORD ONTSTAAT



Mijn niemandsland lijkt uitgestorven
stil, waar enkel ík gedachten tel: een
zonderling die zinnen speurt tussen de
strakke naden van het kleurig laminaat.

Geen levend wezen om mij heen dan
slechts de kat die onverstoord zijn roes
bemandt, noch foto’s aan de wand of
op de kast, met ogen eeuwig starend.

In het alleen ben ik vervuld van jou en
mij en hem en haar, zo tastbaar daar
dat, ongezien, zij immer mij aanwezig,
de schijn van leegte het verkeerde been.

Een beeltenis schuift aan, vertaalt zich
naar een sfeer waar ongeplande woorden
vanuit de diepte inhoud naar omhoog,
stilte een recept voor onontgonnen bodem.

© JELOU

OHARA KOSON (Japanese)


zondag 2 juni 2013

IK HEB DE TIJD



Tussen de paardenbloemen
ligt een teveel aan tijd
ik wil het gaarne kwijt
voordat het overwoekert
en ik lui dagen slijt.

Ik wandel naar de buren
bied hen mijn voorraad aan
zij weigeren mijn bod
wachten reeds overuren
op doodgaan en hun God.

Ik bel wat goede vrinden
wier dagen volgepland
ik geef hen gul mijn tijd
maar dat wordt afgewend
tijd kunnen zij niet vinden.

Op straat zie ik ze gaan
de mensen vol met haast
ik roep “ik heb hier tijd
en wil het gratis kwijt”
maar men spoedt zich verbaasd.

Ik plaats een advertentie:
“Hier gratis af te halen
wat tijd voor wie wat wil”
maar niemand schijnt te malen
om tijd en het blijft stil.

Ik staar mijn paardenbloemen
snap niets van deze tijd
ik zit mij te vervelen
terwijl de tijd bij velen
geen kans biedt op respijt.

© JELOU